Harry Lindeman
Wat waren we jong, 14 jaar geleden, de eerste Nobo’s Jubileum Session.
Althans als ik het paginagroot interview in de Tubantia terugzie wat er destijds over ons gemaakt is.

Überhaupt als ik die stortvloed aan kranten- en tijdschriftartikelen teruglees bekruipt me een gevoel van melancholie, weemoed maar vooral trots. God wat was (en is) het toch een onwaarschijnlijk goed evenement. Het klopte van A tot Z (zei hij trots). Ontstaan vanuit de Jam sessions in Graffity café, waar ik ooit mijn carrière in horeca- en organisatie land ben begonnen. Samen met de "broertjes" Timmer en Nobo brainstormen over het idee en het vervolgens gewoon doen.

Dankzij de contacten van de Nobo’s (en vooral niet te vergeten Ab Timmer) stond er gelijk het eerste jaar een programma om u tegen te zeggen. Niet verwonderlijk dan ook dat het het vanaf het begin een gigantisch succes was. Mede hierdoor is het evenement in de loop van de jaren grootser, professioneler, gestroomlijnder en vooral ook beter geworden.

Na het eerste jaar was het café al te klein. De tent ervoor werd in de loop van de jaren steeds groter. Uiteindelijk moest er uitgeweken worden naar "het Circus" een groot uitgaanscentrum in het oude V & D pand. In de toptijd bezochten zo’n kleine 2000 bezoekers het evenement. De formule was en is nog steeds hetzelfde: 15 minuten spelen, 5 minuten pauze en hup... de volgende band; geen verveling mogelijk, voordat je een biertje geregeld hebt staat er al weer een volgende act op het podium.

Na verloop van tijd vonden we het beter om het geheel iets kleinschaliger te laten worden maar wat te doen met die hoeveelheid bezoekers. De oplossing werd toen gevonden in de deelname van café de Kater. Een extra tent ervoor en een "dubbele"programmering. Wederom lovende recensies, tevreden bezoekers maar vooral enthousiaste muzikanten.

Na 10 jaar Nobo Jubileum Sessions vond ik de tijd gekomen om er een punt achter te zetten. 10 jaar vond ik wel een mijlpaal en een reden voor een extra groot feestje. Dat is gelukt. Voor de laatste keer in het Circus en met medewerking van een operakoor en een operazangeres en allerlei spraakmakende acts.

Daarna hebben de Nobo’s het stokje geheel overgenomen.  De mooie herinneringen blijven voor mij:

De bekende live-acts die vooral in de beginjaren acte de presence gaven: Hans Dulfer, Rosa king, Kaz Lux,
Bertus Borgers, Personnel etc.

De cadeautjes voor de muzikanten; de onvermijdelijke cap, de videoregistratie van hun optreden, de geluidstapes speciaal gemixt voor de deelnemers, de T shirts en niet te vergeten het belangrijkste: de consumptiebonnen.

De zenuwen van sommige bands voor hun optreden.

Het wel zeer korte optreden van Hans Boom

De prachtige gelegenheidsformaties; speciaal voor deze avond werd er dan een setje en en show ingestudeerd van zo’n 15 minuten. Met name Robbie Doelitzscher, Mink Zeilstra en Cees Dalenoord regelden bijna elk jaar wel weer iets zeer speciaal.

De akoestische Jubileum Sessions, als uitvloeisel van deze elektrische" sessions.

De afterparties in Jansen en Janssen; de volgende dag onder het genot van de recensie, bier en hapjes de avond ervoor de revue laten passeren samen met de Nobo’s en een stuk of wat deelnemende artiesten.

De problemen met geluidsoverlast, politie en omwonenden

De stress om alles op die avond goed en op tijd te laten verlopen en de ontlading als het weer gelukt was.

De stilte die viel na de toespraak van Ab Timmer na het fatale ongeluk van de First Show Band.

Het kippenvel tijdens sommige optredens.

Mijn debuut als zanger van de Alpenbroertjes"met vnl.. John Mellencamp repertoire en op diezelfde avond mijn optreden als gitarist van de Alles op 10 Band. Enz. enz.

Kortom teveel herinneringen. Als ik zo zit te schrijven komt er steeds meer boven. Teveel om in een kort stukje op te noemen. Daarom laten we het er hier maar bij. De Nobo’s Jubileum Sessions. Een mooie herinnering en ik ben blij dat ik er een steentje aan heb mogen bijdragen.

Nobo’s Blues Band: veel succes en plezier met de vervolguitzendingen.

Het ga jullie goed. Harry Lindeman

  Cees Dalenoord
De NOBO jubileum sessies,Afgezien van het feit dat je er heerlijk de weg kan kwijtraken hebben de sessies voor mij nog wel andere aangename kanten. Toen ruim twaalf jaar geleden de eerste jubileumsession een feit  werd, was dat een manier om de oogst van de "gewone sessies" in Graffitty Cafe op een speciale manier onder de aandacht te brengen. Later werden de "jubileums een gebeurtenis op zich.Die eerste keer deed ik mee met LIPS. Echter een speciale LIPS, nl. met een zangeres. Ze heette Jet, en had een geweldige strot. We stonden prompt in de krant de volgende dag. Dat was kicken!Het leuke van de sessies, vind ik, is dat je de gelegenheid hebt om iets speciaals te doen. Dus niet zomaar met je eigen bandje meer van hetzelfde laten horen.  Een van de volgende keren heb ik, hiertoe uitgedaagd door Cor, een band proberen samen te stellen van mensen die en nog nooit op de sessie hadden gespeeld, en eigenlijk nog nooit op het podium hadden gestaan. Dit waren de DICKHEADS!
 

Door Harry Lindeman in zijn aankondigingen steevast voorzien van de waarschuwing "dochters houdt je moeders thuis!", hebben die later nogal furore gemaakt in Enschede en zelfs Berlijn. Ënige fantasiebezettingen verder ontstonden ongeveer twee jaar de Haystax op een akoestische sessie in de Beiaard. That sweet Soulmusic, Hillbilly style !! Het bleek een geslaagde mix. Inmiddels is er een CD uitgebracht, en is een tweede in de maak, en een tour naar Nieuw Zeeland in het voorjaar van 2003 in voorbereiding.

Kortom de moraal van dit verhaal wil je toch een carrière in de Popmuziek, doe dan vooral mee aan de Nobo jubileum sessies!  Dan komt het uiteindelijk toch nog goed. Je houdt er in ieder gaval altijd wat aan over! Nl. Goede herinneringen en de volgende dag een knallende hoofdpijn. Tot ziens op de volgende jubileum sessie!!!
Cees Dalenoord a.k.a. Billy Bob

Gustav van de Coevering

Nobo's en Het Bokbier !

Als je als import Enshedeër bekend wil worden met de Twentse muziekscène moest je gewoon wel naar de Sessie's van Nobo's. Zeker als conservatorium student, omdat ze op school het woord popmuziek nog niet hadden uitgevonden. Daarentegen heb ik mij ook altijd afgevraagd waarom ze de familie Timmer nooit voor een gastcollege hebben uitgenodigd, omdat je dan weet dat het erg gezellig kan zijn om met muziek bezig te zijn. Om over hun alom geprezen techniek simultaan bierdrinken en optreden nog maar te zwijgen.

Dat ik die combinatie nog niet onder controle had, bleek wel in mijn topjaar van de Nobo's. Ik stond gepland voor een drukke avond. Spelen met de Bartenders, Get the Funk II, Sessie met Rosa King en Robert O Jay! Reinders en tenslotte nog wat Jazzsessie werk in Tamtam, dat jaar integraal verbonden met Graffity.
Tot zo ver ging alles goed. Maar wat bleek toen ik al om 19.00 aanwezig was, het eerste bokbier werd aangebroken. Eentje voor de dorst kon geen kwaad dacht ik nog. Omstreeks 21.00 kon ik al niet meer tot 4 tellen en was ik beland in de Kater, waar ik met spoed werd weggeroepen, omdat de Bartenders al waren begonnen en ze mij al in Tamtam hadden laten omroepen. Dat was deel 1.

Daarna kwam Gtf II en eerlijkheidshalve weet ik nu nog niet welke nummers ik toen speelde. Dan maar aan de koffie en tegen de tijd van de Sessie met Rosa King, God hebben haar ziel , was het weer enigszins om aan te horen. Dan maar weer aan het Bokbier, samen met Roelie van Lingen ( toen nog Fasten Your Seatbelts ). Toen wij ergens diep in de nacht besloten met de laatste sessie mee te doen, allebei achter het keyboard  hebben wij 1 nummer lang zitten uit te vogelen in welke toonsoort dit Bluesje toch wel niet stond.

De volgende dag is mij dit laatste pas meegedeeld onder het genot van zwarte koffie, een verse aspirine en 2 piepende oren. Kortom het was weer de moeite waard !



Ab Timmer

De Nobo's Jubileum Session blijkt toch nog steeds aan te slaan bij een grote groep mensen, wat mij als liefhebber van live muziek erg goed doet, want laten we eerlijk zijn de computer is bij sommige bandjes aardig de baas geworden. Muziek moet zwetend en met emotie gemaakt worden en dat gebeurt op de Nobo's Jubileum Session in vele stijlen, waar humor hoog in 't vaandel staat.

Toen ik nog in de organisatie zat, heb ik altijd gezegd, dat we deze happening zouden moeten uitbreiden met kunstenaars (o.a. David van Veen). Om hun werk te kunnen tonen en eventueel te verkopen.

Desnoods via een verbinding (tunnel) vanaf de Beiaard (de huidige locatie voor de jaarlijkse session) naar de kerk op de Oude Markt. Eventueel met subsidie van culturele zaken, dan kunnen we misschien Jan Akkerman met z'n band laten aanrukken.
Ik wil toch wel graag even kwijt hoe uiteindelijk de sessions zijn ontstaan in de huidige vorm. Het unieke van de Nobo's Jubileum Sessions vindt ik persoonlijk de hoeveelheid bandjes, zo'n 20 stuks met een kwartier speeltijd. Beroeps en amateurs door elkaar, alles pro-deo, toen strak in 't gareel gehouden door mij persoonlijk en niet te vergeten de geweldige roadies, die snel alles heen en weer plugden onder leiding van Jan Willem Valk geluid. We hadden Martin Lutgendorff voor het stemhok, Cor en Herrie verzorgden de muzikanten en Nobo en René de gitaarversterkers en niet te vergeten Harry Lindeman de PR.
De anekdote van Hans Boom (onder de grond café) is bekend, daar hebben we veel over nagepraat en gelachen. Hans Boom is voor mij een sympathieke muzikant/kroegbaas, die veel heeft betekend voor het livemuziek gebeuren.
In de jaren '78 t/m '82 heeft hij en ver daarna menig bandje de kans gegeven om hun eigen muziek te laten horen tot 4 uur 's nachts. In die tijd speelde ik zelf in de band Teach-In. Ik had met Koos Versteeg en BVIPM een eigen studio, dus we konden onze eigen demo's maken en als die klaar waren gingen we de stad in naar café de Pimpelaar (Reyer Velders) en Booms café de bandjes afluisteren. Meestal samen met m'n broer Cor, die zijn passie voor live muziek ook niet onder stoelen of banken stak. Alles wat er aan live muziek werd gepresenteerd, waren wij bij aanwezig. Zo vergeet ik niet de legendarische optredens/reünies van de formatie Block-Jeep. Met Bert ter Brugge; zang, Beppie Kamphuis; gitaar, Koos Wiekenkamp; drums, waarin Adje van den Berg en de broertjes Wim en Nick de Vos ook altijd meespeelden. Ik heb zelf het genoegen gehad om als drummer samen met Koos Wiekenkamp op het podium te staan, dus twee drummers en dat was voor die tijd best wel bijzonder. Drummer Jos Zoomer was ook altijd aanwezig. Alles bij elkaar kregen we steeds meer het gevoel, vooral Cor en ik, om eens wat te organiseren op het session gebied.
De eerste session hebben wij georganiseerd in café Q aan de Stadsgravenstraat. Met de opzet als iemand te lang op 't podium stond hij er door mij werd afgehaald om plaats te maken voor een andere drummer of bassist enz.

Het was voor de eerste keer erg geslaagd en iedereen vond dat het een vervolg moest krijgen. Na her en der wat geëxperimenteerd te hebben met uiteindelijk de eerste maandag van de maand in café Graffity. De belangstelling was enorm, amateurs en professionals door elkaar, met elkaar muziek maken. Door het enthousiasme van onze kant heb ik menige beroepsband over de streep kunnen trekken om vooral mee te doen. Het ging per slot van rekening om vijf liedjes en een gezellige avond. Wat ook bijzonder was dat het stimulerend werkte voor de mensen die geen instrument bespeelden. Zo is mijn broer Herrie gaan zingen en drummen. Mijn zoon Dennis, wie kent hem niet, de drummende kok van café Crash, zijn vriend René de Rapper en nog velen. Café Jansen & Janssen heeft ook een grote rol gespeeld wat betreft het evalueren met hapjes en drankjes en speeches van John Heymans, dat zal ik niet vergeten. Al met al staat er weer een session aan te komen in café de Beiaard 22 oktober a.s. Ik zit zelf niet meer in het organisatiecomité, maar ben wel van de partij wat het spelen betreft. Ik wens de organisatoren Dennis, Cor en Herrie Timmer veel plezier en uiteraard café de Beiaard met de Nobo's Bluesband.

 
Peter Roelink
H E T I S N I E T M O O O G E L I J K

Gisteravond besloot ik Cor Timmer eindelijk en na tientallen jaren eens op te bellen.
“Met Peter Roelink”.
Stilte volgt, en dan...
“Het is niet woar…
H E T I S N I E T M O O O G E L I J K!!!”
“Jaja Cor, een schim uit het verleden”.
En meteen hierop de opmerking die ik zo van hem gewend ben: “En wanneer goar ie weer eens speuln? Ie had mie beloofd op het zoutpopfestival te speuln maar ik heb oe niet zieh!”
“Ach Cor. Ik krijg de mensen niet bij mekaar. Ik speel al 20 jaar niet meer, zit niet meer in de kroeg en ik ken geen muzikanten en geen muzikant kent mij. Ik heb vorig jaar zelfs een advertentie op de bbbnixbluesdinges gezet van “ouwe bluesrot zoekt medemuzikanten. Voor de leuk”. Geen reaktie, Cor! Nix naxs nada!”.
“Nee, dat begriep ik wa”, Zegt Cor.
.
“Twee jaar geleden heb ik weer een gitaar gekocht, een Gibson Les Paul, maar ik speel er nauwelijks op want het is net zelfbevrediging. Ik mis muziekmaatjes, een bas, drums.” “Weej wat?”, zegt Cor, “Hej internet? Skrief mie dit hele verhaal op en ik pleur het op mien site. Zie ’t mar as ’n verkapte advertentie.”
“Schrijven? Oh? Ach ja, waarom ook niet. Ik heb trouwens ook mijn eigen visie op het ontstaan van de Nobo-huppelepup”.
Cor antwoord: “Maakt niet uut, skrief ’t allemaol mar op en ik pleur het er wel op”

Je weet niet wat je vraagt Cor, want de verhalen stromen er opeens uit!

Midden jaren zeventig speelde ik in een Duits Rockbandje in Gronau met een Amerikaanse zanger.
De band heette Tank en de zanger Gee Wilkinson. Gee en ik stapten vaak in Enschede alwaar we enkele jaren later een tweede bandje erbij vormden samen met mijn broer Benno en Erik Collou. De band heette Frido Banditos en het was in de goeie ouwe tijd van ‘De Knibbelbrug’, het kroegje op de hoek van de Knibbelbrugsteeg van Thijs en Inge die veel aan livemuziek deden. Het was daar altijd zo druk dat de deuren open moesten blijven staan. Ik weet nog dat de mensen soms tot aan het ‘podium’ werden gedrukt waardoor er af en toe op een van mijn effectpedalen werd getrapt dat ongewenste geluiden gaf, haha.
Adje Van Den Berg, die toen buiten Enschede nog onbekend was en die enkele jaren later de band Teaser oprichtte, stond wel eens met zijn lange lijf in de deuropening te kijken. Ongelofelijk trouwens hoe hij het roestingsproces der tijd heeft weten te omzeilen (kruidvat Ad?). Vergeleken bij hem schaam ik me dood wat ik mijn lichaam aangedaan heb maar dat terzijde. Goeie ouwe Hans Boom heeft de kroeg later overgenomen en de muzikale wildernis voortgezet. P.s over Hans moet ook eens een goed verhaal worden geschreven want deze man is voor de muziek in Enschede bepaald niet onbelangrijk geweest. Apropos Gee. Weinigen in Enschede zullen destijds zijn naam hebben gekend maar velen zijn verschijning. Gee was een “pikzwarte neger” - zoals dat toen werd uitgedrukt - die vanuit de Bronxs New York op een of andere manier via Amsterdam in Gronau was beland. Toen ik hem ontmoette schepte hij op dat hij met wijlen Jimi Hendrix bevriend was geweest en met John Lennon was wezen stappen. Ik geloofde dat niet en dacht; “als dat zo is zit je nu niet in een kutgehucht als Gronau”. Op de tiende sterfdag van Hendrix was er een Hendrix reünieavond in Paradiso Amsterdam waar mensen als Mitch Mitchell en Uli John Roth en vele anderen optraden en jamden.
Gee trok mij mee de catacomben van Paradiso in en zei: “i’m gone introduce you to Mitch Mitchell.
Dat wil ik wel eens zien of je die kent, dacht ik. En ja hoor, we zaten nog niet in de artiestenbunker of Mitch kwam aanlopen en omhelsde Gee. We namen plaats aan een tafeltje naast Uli Roth die zijn gitaar zat te stemmen. Ik weet nog goed hoe een journalist van muziekkrant Oor die zich opdrong door Gee en Mitch werd afgepoeierd. In Oor stond later een min of meer gefingeerd gesprek met Mitch.
Gee werd later op de avond door Mitch op het podium gevraagd en zong Voodoo Chile. Uli John Roth op gitaar. Kippevel!
Verder is me van alle aanwezige ‘beroemdheden’ op deze avond alleen wijlen Ferdi Karmelk bijgebleven. Niet als muzikant maar als mens.

Deze Gee dus had de neiging in Enschede telkens een meid op te pikken voor een slaapplek voor ons beiden, haha. De dag erna trok hij (wij) de binnenstad in met een trits mondharmonica’s om zijn gordel gesnoerd, zette zich ergens neer en begon dan met gesloten ogen domweg te spelen. Hij verdween en dweepte zich op in zijn eigen spel en werd pas weer ‘wakker’ nadat er zich honderden mensen om hem heen hadden verzameld die enthousiast klapten.
Zelden zo’n rasartiest gezien. Gee, anno nu heet hij Steve, speelt nog steeds en is terug gegaan naar de roots van de oude Delta Blues. (Misschien iets voor de bbbnixclub?) Kijk maar eens op de volgende website: http://www.bluestooth.nl/

In de begin jaren tachtig kwam ik in Enschede in een kunstenaarskolonie aan de Veldkampstraat te wonen en kwam via via bij de Heer C. Timmer in zijn oefenkeet terecht. Een heerlijke tijd. Tegenover mij woonde ene Peter Scholten die bij mij des nachts dronkend kwam radbraken en dan zijn mondharmonica tevoorschijn trok. Wat kan het leven toch vreemd in elkaar steken. 25 jaar later maakt hij de film over Twente beat en tijdens de première hoor ik van hem dat hij een oude makker van Cor is. En dat terwijl ik in die tijd met Cor zat te klooien en Peter vaak bij me zat zonder dat van elkaar te weten. Verhalen, verhalen, verhalen…ik moet me dwingen te beperken tot de kern.

Bij Pa en Ma Timmer stond achter in de tuin een schuur die tot oefenruimte was vertimmerd.
Daar heb ik enkele jaartjes aan mogen rommelen met de meest uiteenlopende muzikanten.
Maar meestal was het Cor Timmer die drums speelde, Cees Daalenoord op de bas en ik op gitaar. Af en toe kwam zijn broer Appie om de hoek kijken die uiteraard drumde. Cor nam dan de bas ter hand. Achteraf gezien denk ik dat Cor hier nog steeds twijfelde voor welk instrument hij moest kiezen; bas of drums. Godzijdank is hij bassist geworden want zijn broer Appie is sowieso moeilijk te overtreffen. Heel vaak zaten we ook alleen te klooien, Cor op drums en ik op gitaar. Wie er verder nog met Cor in die schuur muzikaal gehoereerd hebben weet ik niet maar het zullen er ontelbare zijn geweest.
Feit echter is dat daar meestal geen kant en klare songs werden klaargestoomd maar bijna uitsluitend werd gejamd. Ik denk dat in deze schuur de kiem is ontsproten voor het huidige nobo jamsession gebeuren. In mijn optiek is het huidige succes van de Nobo Jamsessions en de hele sfeer eromheen regelrecht terug te voeren naar deze “Timmerschuur’. Ik had trouwens altijd respect voor Pa en Ma Timmer dat die ‘deze herrie’ konden verdragen want de schuur was bepaald niet effectief geïsoleerd,

Cor en ik stoeiden daar op gegeven ogenblik wat met jazzy rockthemaatjes waar ik eigenlijk geen bal van begreep.
Maar het helpt dat je doet alsof want anders durf- en begin je niets. Vanuit deze sessies hebben we enkele optredens gedaan in notoire Jazzclubs. O.a. in Oldenzaal waar we de enigste Jazzrock band waren. Denderend applaus. Toen het echter op een jamsessie met de daar aanwezige jazzmuzikanten uitliep viel ik radicaal door de mand en deed ik alsof mijn geluid opeens naar de klote was en verdween geruisloos van het podium, (een bekende truuk). Hierna heb ik nooit meer aan officiële jamsessions meegedaan.

Bij mij begon allengs de idee te ontstaan dat ik muzikaal niet verder kwam. Ik was een muzikaal-theoretische analfabeet die verder best wel leuk kon rockriedelen. Maar de geniale invallen waren meer door alkohol ingegeven dan door theoretische kennis, haha. Begin jaren tachtig stelde ik mezelf voor de keuze om muziek te leren begrijpen of te stoppen. Uit luiheid koos ik voor het laatste en hing mijn gitaren voor goed aan de wilgen.
Iets dat Cor nooit heeft begrepen. Zodra en waar ik hem ook tegen kwam riep hij: “Speuln! Als ik hem probeerde uit te leggen waarom ik er geen zin meer in had zei die: “mietje”. Ach ik weet dat Cor het goed met me voor had.
Toen er in de beginjaren van de Nobo Jamsessions nog echt werd gejamd riep hij me eens op het podium. “Roelink! Hier komn. Speuln! Ik gaf er geen gevolg aan, had al 2 jaar geen eelt meer op de vingers en het was net of mijn achternaam die door de ruimte galmde niet bij me paste. Cor moet dat gezien hebben…en… we strijden er nu nog over maar in mijn herinnering sloot hij hij e.e.a. hoofdschuddend af met …”homo”, en plukte verder op zijn bas.

Nu weer even terug naar die Timmerkeet. Cor, Cees Daalenoord, Eric Collou en ik begonnen wat dingetjes te doen die we de moeite genoeg waard vonden om er mee op te treden. Zo was daar een optreden in het Enschedese ziekenhuis op een feestavond van het medische personeel. Deze avonden heetten berucht te zijn omdat de doktoren daar dan straalbezopen rondliepen. Op gegeven ogenblik vroeg een verpleger of ie mee mocht doen. In witte verplegersjas blies hij wat toontjes mee op zijn mondharmonica. Wat heet…hij was niet meer van het podium weg te slaan! Maar spelen kon hij, dat was niet te ontkennen.
De volgende dag belde Cor me op. In mijn herinnering zei hij dat die ‘kerel van gisteravond, ene Nobo, een bandje met ons wilde beginnen. Of ik daar zin in had! Ik zei, “nee Cor, ik stop met spelen”. “Wat? Buj gek wonn?” “Nee Cor, ik heb er gewoon geen zin meer in”. Als je jaren lang zoals ik met een Volkswagenbusje naar de verste uithoeken in Nederland en Duitsland gereden hebt en er geld bij hebt moeten doen om op te kunnen treden en pas je equipement mocht afbreken nadat de laatste dronken gast was verdwenen, dan zie je er op een dag geen heil meer in. Platenmaatschappijen waren al jaren lang niet geïnteresseerd – ook al werden onze demotapes wel door Spaanse en Italiaanse radiostations gedraaid-, en kort hiervoor had ik een andere teleurstelling moeten verwerken. We hadden een platencontract bij de jongens van de Enschedese School ofwel de 1000 Idiot Records. De bedoeling was dat eerst Fay Lofsky bij hun een L.P. zou maken en daarna wij. Fay’s debuut is zoals bekend een groot succes geworden. Fay en onze band hebben regelmatig samen opgetreden o.a. nog op de Aki. Tijdens datzelfde concert werd er als kunstuiting nog een piano van de balustrade vier meter naar beneden geflikkerd die op de grond uit elkaar spatte. Maar wegens perikelen tussen 2 bandleden hebben we besloten de band te ontbinden en dus geen L.P. te maken. We overwogen nog wel om toch de L.P. te maken (op kosten van Willem Wisselink!) en pas daarna te stoppen maar dat wilden we Willem liever niet aandoen. Mathilde Santing heeft toen de tweede L.P. mogen maken. De drummer – de latere filmer Arno Kranenborg die bekend is geworden met de film ‘De Kersenpluk’ was overigens de beste songschrijver die ik ooit heb ontmoet. Bijna jammer dat ie is gaan filmen! Toen ik met Cor begon te jammen had ik al zo'n 15 jaar een actief en fulltime muziekverleden achter de rug. Allerlei beelden doemden weer bij me op. Muzikaal wat rommelen in een schuur met ouwe makkers okay maar asjeblieft geen band meer zoals Cor zich dat voorstelde, dacht ik toen.

“Maar we hebben een gitarist nodig”, zei Cor die me probeerde over te halen. “Dan speel jij toch gitaar”, zei ik tegen hem. “Dan mot ie mie wat rockrifjes leern!”, zei Cor. En zo zat ik enkele zondagmiddagen bij Cor thuis om hem de ‘trucjes van het vak’ bij te brengen. Hierna zijn we elkaar uit het oog verloren. Hoe dan ook; buiten mijn gezichtsveld om is de Nobo Bluesband en de jaarlijkse sessies hierna uitgegroeid tot een instituut van formaat. En ik ben er stiekem best wel een beetje trots op dat mijn naam (eigenlijk onverdiend) op de homepage word vermeld. Op deze website wordt ook de beruchte witte marshall installatie van Kerry de Rooy genoemd. Deze heb ik ooit van Kerry over gekocht. Maar omdat die in mijn slaapkamer stond te roesten en ik geïnteresseerd raakte in synthesizers heb ik deze bij een medewerker van de marshall importeur geruild voor een Korg synthesizermodule die nu aftands en geen klap meer waard is. Hij vertelde me dat het ‘geval’ niet doorverkocht zou worden maar in een of ander Marchall museum terecht zou komen. Kerry leid nu een zwervend bestaan. Erg jammer! Die jongen was zo getalenteerd! Was zo’n goede gitarist! Twee maanden geleden kwam ik hem op ‘straat’ tegen en vertelde hem over het lot van zijn Marshall. Door zijn gealcoholiseerde ogen heen zag ik een tevreden glinstering.

Twee weken geleden – anno sept. 2007 – passeerden Cor en ik elkaar op de fiets en vroeg ik hem al fietsend, een vrijkaartje voor de Nobo jamsession avond. Hij draaide zijn …uhm…gezonde monumentale kop om zalk mar zeggen en riep vanuit de verte met een vuile grijns; “Niks d’r vah, ie mot eerst speuln”.
Gisteravond belde ik hem dus op om bij te kletsen. Het gesprek begint met dit verhaal. Hopelijk hoef ik voor de aanstaande sjemsessie geen uur in de rij te staan zoals enkele jaren geleden want mijn broertje Benno speelt er met zijn band Monroe en dat wil ik beslist niet missen. Na zo’n 15 jaar afwezigheid hebben ook zij de draad weer opgepakt. Spijt? Weemoed? Neen! Ik heb daarna zoveel andere leuke dingen gedaan. En muzikaal gezien ben ik nog steeds die leek van toen maar ik heb er nu weer verduveld veel zin in. Ik had me voorgenomen pas op mijn 60-ste weer die plank op te pakken maar ik denk dat het iets eerder gaat worden, haha.
Sorry Cor, da’k zoveul heb schremn maar ’t kwam dur allemoal opeens weer uut noa oons gesprek.
In ieder geval geeft het een beeld van wat er toen zoal 'speelde'.